De wekelijkse column van Raymond Clement. Deze week: Opnieuw
Ik kijk naar de Algemene Politieke Beschouwingen die traditioneel volgen op Prinsjesdag en ik schaam me. Vaker zag ik de gouden koets passeren en daags daarna de paarden, die de koets voorttrokken, briesend aan de interruptiemicrofoon. Als fiere paarden trokken zij hun ideologische kroonjuwelen voort als een ploeg door het platte polderland. Dit maal stonden een paar paradijsvogels, een stel ossen en een zeehond in het kamergebouw te kwijlen. Ik heb nog getwijfeld of ik via uitzending gemist zou moeten terugkijken of de paarden van de koets waren vervangen door deze bonte verzamelingen van God’s schepselen.
Gaan we over links of over rechts. Mij is vroeger altijd geleerd: als je links of rechts wil gaan, men de hand uitsteekt. In de kamer stonden zij allemaal met de armen gekruist. Geen uitgestoken hand, niet links of rechts.
Ik betrapte me op een gedachte waarvan ik me voorgenomen had deze nooit uit te spreken. Vroeger was het beter. Geen argument was te winnen van een aantal voor generatie genoten die steevast elke discussie eindigende, met een zuurstof onttrekkende eindargumentatie; vroeger was alles beter. De tijd waarin een appelsien krijgen nog een feest was. Toen men met verjaardagen blij was een leeg conservenblik te krijgen. Toen de gulden nog van hout was. Vroeger was alles beter.
Ik heb mij meermaals langdurig impopulair gemaakt bij deze lieden door vast te stellen dat het maar goed was dat in hun tijd nog geen regelgeving was voor euthanasie. Het ongetwijfeld ervaren ondraaglijk lijden, had tot massa sterfte geleid. Zeker in de Limburgse landsdelen waar zaniken en zeiveren tot kunstvorm werd verheven.
Vroeger was het beter. Mijn gedachten dwalen weg van doelloos “gedebatteer” in de verte en denk aan vroeger. Aan de gelukzalige momenten van de lagere school.
Ik ben opgegroeid in Abdissenbosch. Ik gedachten loop ik vanuit de Reeweg waar we woonden, via de Bernadettelaan naar mijn lagere school. Ik zie dat de school inmiddels is afgebroken. In de verte hoor ik Klaver roepen dat Jetten toch echt een keuze moet maken. In gedachte zie ik de plek waar de school stond en zie dat een deel van mijn verleden er fysiek niet meer is.
Zwevend begeef ik me naar de St Jozefschool in Nieuwenhagen waar ik na de verhuizing mijn lagere school completeerde. Ook afgebroken. Appartementen ontsieren de plek waar ik mijn cito toets maakte. Het lijkt wel of ik de stem van Joost Eerdmans hoor. Hij wil worden gehoord. Dat hoorde hij van een hardwerkende Nederlander.
In gedachten wandel ik via de Heugden naar de Eijkhagenlaan, daar waar mijn middelbare school stond. Ik herken het gebouw niet meer. Mijn gebouw bestaat niets meer. Jimmy van Dijk schreeuwt in de microfoon dat de kwetsbaarste Nederlanders door de bezuinigingen op de sociale zekerheid alles wordt afgenomen. Mijn middelbare school is niet meer..
Realiseer me plots dat ik dit jaar aan mijn vierde Sinterklaas toe ben na het abdiceren van Stefan van der Walle. Ik heb nog in Adrie van Oorschot en Bram van der Vlugt geloofd. Wilders krast op grote afstand akelige woorden in mijn hoofd. Alles wordt ons ontnomen. Ze pakken het van ons af.
Als ik me realiseer dat Markuszower getrouw aan Wilder’s haat denken, me probeert te laten zien waar Zwarte Piet heen moet, laat Paul Haenen weten dat hij stopt als de stem van Bert. Ernie T. Schippers kwam in juni van dit jaar te overlijden. En Bert is Bert niet zonder Ernie. Ik kan me geen andere stemmen herinneren. Geen ruzie in auto en het ABC lied met andere stemmen.
Ik schrik wakker in het reces van de vergadering. De kamer is leeg. Er is nog hoop, troost ik me zelf terwijl ik de rust zie van de lege kamer. Schoon en sereen. We kunnen altijd opnieuw beginnen.
Zoals het oude deuntje: van voor naar achter, van links naar rechts.
Zuid-Limburg
Column Clementie: Opnieuw
Zuid-Limburg